Al weken heb ik minstens 3 keer per week gespind/geRPMd puur om te voorkomen dat ik er volledig afgereden zou worden. Ik dacht dat ik het helemaal goed voorbereid had. NOT, de eerste tocht, een kleintje maar, naar de bakker in een dorpje verderop, ik dacht dat ik niet goed werd. Dat ik mezelf én Sander omhoog moest rijden. Maar nee, hij fietste fluitend naast mij en ik reed zwaar hijgend in het lichtste verzet. Achteraf bleek, dankzij Sander's allerlaatste gadgethorloge met hoogtemeter, dat het bijna de hele weg klimmen was.
Maar goed, dat wisten we van te voren, er is geen enkel stukje weg plat daar. Ja, vals plat, maar voor de rest gaat het omhoog of omlaag. Maar dat is het waard, want de uitzichten zijn prachtig. Alleen je bent óf zo aan het zwoegen om bovenaan te komen óf zo aan het racen dat je steeds vergeet om foto's te maken. Gelukkig heb ik in mijn agenda bijgehouden waar we gefietst hebben en kunnen we dankzij bovengenoemd speeltje zien hoeveel hoogtemeters we hebben gemaakt.
Nieuwsgierig geworden? Onderstaand grafiekje toont de tocht van zondag 2 augustus van ruim 40 kilometer, waar we ruim 500 meter hebben afgedaald, maar dus ook 500 meter hebben moeten klimmen.

In totaal hebben we 8 keer gefietst en bijna 230 kilometers afgelegd en bovendien heeft Sander ook nog eens ruim 45 kilometer hard gelopen. Pfff, dat is niet mijn ding, maar hij is dan ook in training voor mijn verjaardag! Tja, en dan denk ik dat ik na deze hoogtestage en al die inspanning iedereen er he-le-maal uit fiets zonder enig druppeltje zweet te verliezen bij de RPM-klas op woensdagavond. Opnieuw een grandioze denkfout van mijn kant, wanneer leer ik het nou?