donderdag 27 september 2007

Dag 26 (23/8): Home Sweet Home

Na een prima nacht hopen we op eenzelfde ontbijt, maar helaas. Dit is één van de karigste ontbijtbuffetten, die ik ooit heb gezien. Vorig jaar bij de DaysInn in Oswego, NY was het trouwens ook heel erg, maar die had tenminste nog verse bagels. Hier is alles voorverpakt, gele cake-muffins, erg zoet. We drinken dus maar onze sapjes en ontbijten later wel uit onze supercooler. Wel was dit het goedkoopste hotel van deze hele vakantie, $78,30 voor 1 nacht, terwijl bv. de Fairfield Inn $101,20 kostte. En daar zit natuurlijk het verschil, het ontbijt...

Om iets voor half 8 rijden we weg en even later (na 15 miles) rijden we Pennsylvania binnen, een prachtige staat met heel veel bos/woud. De weg is geweldig en biedt op het éne moment prachtige vergezichten op de glooiende beboste heuvels en op het andere moment zie je alleen maar bomen links en rechts. Een groot deel van onze route gaat door een gedeelte van de staat dat Pennsylvania Wilds wordt genoemd. Er zijn hier 29 State Parks, 8 State Forests, 1 National Forest en 300.000 acres zgn. gameland, voor 'hunters and wildlife'. Het is echt jammer dat augustus zo'n hete maand is hier, want het ziet er schitterend uit. Misschien kunnen we in de lente hier terugkomen, ze hebben hier zelfs beren, dus we voelen ons helemaal thuis!

Hoe meer we naar het oosten rijden, hoe koeler het wordt. Het is zelfs zo fris dat we tijdens de lunch onze jas aan moeten. Daarna wordt het tijd om afscheid te nemen van de I80 en gaan we de drukte van de I81 in. We kennen dit stukje snelweg goed en weten dat het maar een klein stukje is bij Wilkes-Barre en Scranton. Bij W-B gooien we de tank vol voor het laatste stukje naar huis, want we hoeven nog maar 2 uur te rijden! Het landschap wordt ruimer en voordat we er erg in hebben, zien we de vuurwerk-billboards langs de weg staan. Aha, New York State is nabij, want vuurwerk is bij ons illegaal, dus (ver)kopen ze het net over de grens in Pennsylvania. Zodra we New York inrijden, verslechtert het wegdek aanzienlijk. Dit hebben we NIET gemist! Maar we lijken wel ons huis te ruiken, want de miles knallen weg. Middletown, Newburgh, "heeeeeeee", horen we vanaf de achterbank, "is dat onze brug?" Jazeker, de laatste tol wordt betaald en we gaan via de 'mooie', rustige route richting Poughkeepsie. We zijn nog niet toe aan de 9.

En na ruim 6600 miles, 5 hotels, 1 cabin, 7 campings en 26 geweldige dagen rijden we om 3 uur 's middags ons pad weer op. Behalve dat het gras wat lang is, ziet alles er keurig uit. De bezorger van The NY Times heeft onze vakantiebezorgstop begrepen en ook de post is vastgehouden. Het huis is aangenaam qua temperatuur (20°C) en zelfs niet eens humid. De dames vliegen gelijk naar hun kamers en jawel, alles staat er nog en de rest van de middag zien we ze niet meer. De thuiskomst wordt gevierd met pizza van Giacomo's (Carlijn's favoriet), we hebben (natuurlijk) niets in huis en eigenlijk nog weinig behoefte om gelijk weer het normale, dagelijkse leven in te stappen. De pizza wordt opgevreten, zo lekker en daarna genieten we van de vaatwasser, eigen douches en onze heelijke bedden.

It's good to be home, maar wat was dit een ge-wel-di-ge vakantie!

Eindstand: 6601 miles

Doorkruiste staten: Ohio, Pennsylvania, New York

maandag 24 september 2007

Dag 25 (22/8): Dwars door Chicago, leuk joh...

Om half 7 gaat Sanders horloge af, Fairfield Inn serveert ontbijt vanaf 7 uur, dus dan willen we klaar staan. De dames hebben heerlijk geslapen, ondanks dat ze met z'n drieën in één bed liggen. De meeste hotels hebben kamers met dubbele bedden en met 'n beetje mazzel zijn het queens (152 bij 203 cm), maar ze hebben ook op fulls of doubles (135 bij 190) geslapen en zelfs dat gaat prima. Het ontbijt stelt niet zoveel voor, wat cornflakes en broodjes, maar ook sinaasappelsap en thee en koffie. Wij zijn zuiplappen 's ochtends, dus we zijn al snel tevreden.

Om kwart voor 8 rijden we weg. We willen als het even kan Chicago vermijden en uitkomen in Peru, linksonder Chicago. Maar ja, dan moet je niet de Tomtom volgen, want die kiest de snelste route en die gaat meestal niet met een weide bocht om een stad heen (Francilienne), maar er dwars doorheen (Périférique). We vinden het ook zo raar dat we steeds tol moeten betalen,
terwijl we op de kaart hadden gezien dat we maar voor één stukje hoeven te betalen. En als ik ook al niet de plaatsen op de kaart kan vinden, ik zocht natuurlijk op totaal de verkeerde plek, en we een indrukwekkende skyline op zien doemen, gaat er een lichtje branden... Heeee, volgens mij gaan we dwars door Chicago! Leuk joh. Het is spitsuur, dus lekker druk. En na ruim 3 weken ruimte en rust op de wegen worden we hier met onze neus op het feit gedrukt dat we terugrijden naar de Oostkust en dat het hier ietsje drukker, ietsje maar, is dan bv. in Big Sky Montana. Wat ook bijdraagt aan de fun is dat ze bezig zijn met enorme wegwerkzaamheden rond Chicago. Afritten zijn afgesloten, nieuwe afritten zijn gecreëerd en dat weet de Tomtom natuurlijk niet en onze kaart ook niet. Kortom, toen we even fout reden, werd het heel gezellig in de auto... Gelukkig vinden we al snel de goede weg (Indiana Toll Road) en mogen we $2 tol betalen om over de Chicago Skyway Bridge te rijden. Wat een slecht wegdek, en daar betaal je dan ook nog voor!

Nu wordt het tijd voor de waarheid: vlak voordat we op vakantie gingen, heeft Sander een radardetector gekocht en heel subtiel achter de achteruitkijkspiegel weggewerkt. Want in Amerika, land of the free, heb je het recht om te weten dat je 'under surveillance' staat. De hele vakantie is hij afgegaan vanwege deuropeners of snelheidsmeters bij werkzaamheden (your speed is...), maar tot nu toe hebben we geen directe hit van een LEO gehad. Dat zal vandaag veranderen. Wat is een LEO? Een Law Enforcement Officer. Zodra de detector een radar- of lasersignaal oppikt, begint hij te piepen, elk signaal heeft een ander geluid en vooral bij de laser schrik je je wild. Op de website van de fabrikant kan je vanalles lezen om vooral het bezit van een detector goed te praten. Het is nl. ook voor je eigen veiligheid, omdat de politie vaak controleert op risicovolle plekken en zo weet je waar die zijn. Maar ook dat wanneer een politieradar een snelheid klokt, de radar niet aangeeft welke auto hij heeft geklokt. Lees meer op de Radar Detector School: http://www.escortradar.com/detector-school-3.htm.

De snelheidslimiet op de brug is 45 miles, dat rijden we ongeveer en zodra we de brug over zijn, begint de detector te loeien, laser! Sander had de politieauto al gezien, zegt hij, maar de bestuurder in de auto op de linkerbaan schuin achter ons niet en die reed ook niet echt 45. De sirenes en lampen gaan aan en de politiewagen zet de achtervolging in en de auto wordt aan de kant gezet. Wow, dat was even spannend.

Na de brug rijden we het prachtige Indiana binnen en iets anders valt ons op. Niet alleen rijdt men minder sociaal, maar het lijkt wel of iedereen aan het bellen is. En het gevolg daarvan is dat we een paar idioten tegenkomen, die absoluut niet doorhebben, hoe idioot ze zelf bezig zijn. Zoals die vrouw in die veel te grote auto met een jong meisje naast haar, iets ouder dan Myrthe, die continu links rijdt, bellend en op het éne moment 50 rijdt en dan weer 75. Heel irritant. Maar we laten ons niet gekmaken, daarvoor moeten we nog teveel miles rijden. De cruise control staat aan, het verstand gaat op oneindig en de zoveelste DVD zit in de speler. Met het binnenrijden van Indiana verliezen we een uur, want we zitten weer in onze eigen East Coast tijdzone.

Opnieuw is het lekker warm vandaag en voor de lunch gaan we, zoals gewoonlijk, picknicken. Lekker warm blijkt een understatement, het is HOT en humid en na een paar boterhammen zijn we blij als we weer in de koele auto mogen. Onze picknickplek was tevens het Welcome Center voor Ohio, waar we weer een paar mooie kaarten gescoord hebben van o.a. state parks en een overzicht van alle hotels langs de Interstate. Want hoewel Sander graag wil kamperen, zie ik het niet echt zitten om de tent op te zetten in een temperatuur van boven de 34°C. Inmiddels heb ik ook het gevoel mogen beleven om gelaserd te worden. Je hart klopt in je keel, je schrikt je een ongeluk, ook al doe je niets verkeerds. Op het lasermoment rijd ik op de rechterbaan en wordt ingehaald door een auto die een hele tijd gelijk met mij opreed, maar blijkbaar ineens zin had om mij in te halen. De politieauto staat in de middenberm en zodra wij er voorbij zijn, zet hij z'n zwaailichten aan en draait de snelweg op. Holy sh*t. En hoewel ik mij keurig aan de limiet houd, krijg ik het toch even erg warm. Maar de agent haalt niet mij, maar de inhaler van de weg. Pffff!

Vlak voor Cleveland nemen we afscheid van de I90 en volgen vanaf nu de I80 tot diep in Pennsylvania. We gaan trouwens niet kamperen, maar slapen weer in een hotel vannacht. Het is gewoon te heet. Het wordt de Sleep Inn in Austintown, OH. Natuurlijk moet er gezwommen worden en daarna kijken we in de Tomtom welke restaurants er in de buurt zitten. En nu merken we echt dat we weer aan de East Coast zitten, want we zijn weer in Ruby Tuesdayland! Daar gaan we heen, want Ruby serveert een andere favoriet van ons: Southwestern Spring Rolls! Na het eten loop ik nog even naar een drugstore, we zijn onze tandenborstels en tandpasta kwijt, dus ik moet even nieuwe halen. Hoppa, $25... In onze hotelkamer kijken we samen naar The Fresh Prince en vallen redelijk makkelijk in slaap, ondanks dat het kleinere bedden zijn.

Milesstand: 6088

Doorkruiste staten: Wisconsin (5 miles), Illinois, Indiana, Ohio

zondag 23 september 2007

Dag 24 (21/8): Waar gaan we heen? Ik ga ook mee! (Sophie's lijfspreuk)

Zelden hebben we zo'n slechte nacht meegemaakt als deze. Omdat het de hele dag behoorlijk warm was, hadden we de (donzen) slaapzakken in hoes en auto gelaten en alleen de lakenzakken uitgepakt, in de veronderstelling dat het de hele nacht warm zou blijven. NOT! Eerst konden we de slaap niet vatten vanwege de warmte, daarna konden we niet in slaap blijven vanwege kou. Op een gegeven moment is Sander naar de auto gelopen, die niet naast de tent geparkeerd mocht worden, maar een stukje verder stond, om de fleecedekens te halen. Echter toen zijn wat muggen mee de slaaptent ingevlogen, die ons flink te pakken hebben genomen...

Het is dus ook niet verbazingwekkend, dat we er vroeg uit zijn vandaag. Het grappige is, dat voordat de zon opkomt er geen wolkje aan de lucht is, maar daarna trekt alles dicht en wordt het mistig. Alles is drijfnat van de dauw, maar dat mag de pret niet drukken. Wij ruimen de spullen op en Myrthe verzorgt het ontbijt. Erg handig zo'n grote dochter!

Er staat vandaag weer een fikse afstand op het programma. We gaan weer naar onze favoriete Interstate 90 en blijven daarop voor zeker 400 miles. Maar eerst doorkruizen we Minnesota en gaan bij het Wisconsin Welcome Center langs om te informeren naar een ferrydienst over Lake Michigan om Chicago te omzeilen en om eventueel bovenlangs de meren terug naar huis te rijden, i.p.v. dezelfde route onderlangs als op de heenweg te rijden. Maar eerst nog even South Dakota uitrijden, maar dat is na 43 miles al gebeurt. We vieren het met een superbeker koffie (0,7 liter), waardoor we na een uur weer moeten stoppen voor een plaspauze...

Dit deel van Minnesota zou net zo goed Nederland kunnen heten, het is alleen iets weidser en er rijden meer pick up-trucks. En de boerderijen zien er wat anders uit. Maar verder is het hier plat en leeg. Eens in de 30 miles komen we langs een stad(je), maar dat is het wel. Na 280 miles door het rustige, platte Minnesota te hebben gereden, passeren we de Mississippi en zijn we in Wisconsin, the Dairy State. Zodra we voorbij Onalaska zijn, zien we een bord waarop staat dat we vlakbij het Welcome Center zijn.

We willen weten wat de ferry kost, of we moeten reserveren, hoe vaak hij vaart, kortom alles... Het centrum barst uit z'n voegen met folders, alles wat je wilt weten over deze staat is hier te vinden. Geweldige uitvinding deze centers, je hoeft ook nooit meer een wegenkaart te kopen, hier krijg je een recente gratis mee. Maar de ferry is niet gratis, helemaal niet zelfs: $350, plus hij vaart op een ongunstige tijd nl. 's middags, zodat je in het begin van de avond aankomt en gelijk een slaapplek moet zoeken. Het ferryplan wordt geschrapt en we pakken de kaart erbij, wat gaan we nu doen...? Eerst lunchen en vervolgens weer een stukje rijden.

Wisconsin valt ons, zeker in het begin, alles mee. Als je bedenkt, dat ze op hun nummerplaten 'the dairy state' hebben staan, heb je een heel ander idee dan wat wij zien vandaag. Het landschap is glooiend en groen en met veel bomen. Ik had eindeloze weilanden verwacht, met koeien erop, maar we zien totaal geen grootschalige landbouw. Bij Portage komt de I94 erbij en wordt het drukker op de weg. We rijden nu echt de bewoonde wereld weer in, maar voor vandaag zijn we er bijna. Ons hotel ligt nog net in Wisconsin, in Beloit.

Het wordt opnieuw een Fairfield Inn en het gebouw is een kopie van het hotel op de heenweg in Peru, IL. Er is een zwembad én een Aldi als buurman! Nou ja, zeg... We gaan eerst zwemmen en vervolgens gaan we even bij de Aldi kijken. Helaas hebben ze niet de (duitse) dingen die we wel eens in NL haalden, zoals de pepitamix, of klusbier (heeeeeeel goedkoop), of hagelslag, of lekkere worst. Maar ze hebben wel bruin brood en een nep-Duo Penotti uit België. Verder halen we nog wat knabbelspul mee voor morgen in de auto en gaan weer op pad. Volgende stop: Applebee's. 23 Dagen geleden hebben we voor het eerst de Boneless Hot Buffalo Chicken Wings geproefd en we willen het weer. Jammie, maar HOT HOT HOT. De rest smaakte ook zeer goed en met een volle buik rijden we de auto naar de overkant van de straat, waar de Walmart is. Toch wel fijn, die bewoonde wereld, we kunnen weer shoppen! De dames hebben een paar nieuwe DVD's verdiend en Sander vindt supercoole knalroze sandalen met lampjes in de zool voor Carlijn, want haar oude vallen uit elkaar (en stinken 'n beetje). Daarna gaan we weer terug naar ons hotel. In slaap vallen gaat lastig met 5 personen in één kamer, zeker als het merendeel onder de 9 jaar is. We kijken dus maar wat tv en komen terecht bij 'The fresh prince of Bell Air'. Het blijkt dat iedereen dit erg leuk vindt, alleen Sophie valt in slaap. Maar dat is uiteindelijk de bedoeling natuurlijk van in bed liggen...

Milesstand: 5598

Doorkruiste staten: South Dakota, Minnesota, Wisconsin


woensdag 19 september 2007

Dag 23 (20/8): Alles in de auto en gassen!

Na 3 dagen in Custer State Park gaan we weer op pad. We hebben een paar heerlijke dagen in dit park gehad, een geweldige storm meegemaakt en ook deze laatste nacht was het raak. Weliswaar niet zo'n gigantische hoeveelheid regen als de eerste avond, maar wel zeer veel donder en bliksem. Het flitst aan alle kanten en blijft een tijd boven ons hangen. Gelukkig hebben we de (lege) bierblikjes nog in positie en zijn veilig qua overstromingen. Gevolg van de bui is dat de tent z**knat is bij het inpakken en heerlijk vies van het opspattende regenwater. We proppen alles in de zak en bovenin de dakkoffer. De buurman komt nog even buurten, we hadden al gezien dat zij ook New Yorkers (uit Buffalo) zijn en wisselen reisverhalen uit. Wij denken dat onze roadtrip indrukwekkend is, maar zij zijn met hun RV in Alaska geweest. Eerst naar Seattle gereden, daar de boot gepakt en in Alaska getoerd. Geweldig, ze hebben er al 11.000 miles opzitten sinds begin juni. Uiteindelijk rijden we om 9 uur weg.

We rijden weer door de prachtige Black Hills richtig Rapid City, waar we Interstate 90 opnieuw op ons pad zullen vinden. Maar eerst nog daar komen, want ook al zijn het maar 50 miles, de weg slingert en gaat door redelijk bewoond gebied. Op een gegeven moment vallen deze borden langs de weg op. Sinds 1979 worden in South Dakota deze borden geplaatst op plaatsen waar iemand verongelukt is, soms staan er zelfs 3 op een rij...

Na een uur komen we in de buurt van Rapid City en we volgen de truck route om niet dwars door het centrum te hoeven. Daarna draaien we de I90 op en in principe kunnen we die tot in New York blijven volgen. Maar, op 60 miles ligt Badlands National Park vlakbij de Interstate, dat kunnen we niet voorbij laten gaan. Alleen de Badlands lijken niet de enige toeristische attractie te zijn langs deze route. Vanaf het moment dat we op de I90 zitten, zien we billboards in de velden staan, die wijzen op Wall Drug. Free ice water, coffee 5ct., Wall Drug, as seen on tv, Wall drug, free coffee and donuts for honeymooners, veterans, hunters, truck drivers, bla bla bla. De hele Interstate staat er vol mee. Wall Drug ligt in het plaatsje Wall en is een 'cowboy-themed' winkelcentrum, warenhuis, ooit begonnen als drogisterijtje. Ze schijnen $400.000 per jaar uit te geven aan billboards en langs 500 miles van de I90 staan ze! Ik vond deze link op internet: http://video.google.com/videoplay?docid=3844593596810998893

We nemen de afrit naar Wall (Drug), maar gaan niet linksaf maar rechtsaf, richting de Badlands. Voor waarschijnlijk de laatste keer deze vakantie laten we onze National Park Pass zien en scoren we een parkboekje. We weten uit de boeken hoe de Badlands er ongeveer uitzien, maar voorlopig rijden we door prairie/grasland totdat er ineens een afrit naar rechts is. "Eraf, eraf", roep ik naar Sander, de driver, "hier is Pinnacles Overlook". NICE! Het gras houdt abrupt op en we kijken naar een surrealistisch landschap in alle kleuren rood, bruin en alles ertussen. De foto doet geen recht aan de werkelijke kleuren. Het waait ontzettend, je voelt de leegte. Ik rijd verder, zodat Sander ook kan genieten van de omgeving. Eerst rijden we bovenop een plateau, maar na een paar haarspeldbochten, bekijken we ineens de Badlands vanaf de bodem. We kijken onze ogen uit, vooral ook omdat je het gevoel hebt dat je echt in het park zit en niet vanaf een afstand erop neer kijkt, zoals bv bij de Grand Canyon. Er volgen 2 heuse passen op deze Scenic Byway, de Bigfoot Pass en de Cedar Pass. Na Cedar Pass rijden we het park weer uit en de prairie weer in. Dit beeld, gras, gras, gras, zal bij ons blijven voor de rest van de dag. Vlak voordat we de Interstate weer oprijden, halen we een bak (0,7 liter...) koffie. Naast het tankstation is de Minuteman Missile National Historic Site, een overblijfsel uit de koude oorlog, toen er in de Upper Great Plains meer dan 1000 raketten klaar stonden om gelanceerd te worden. Zo'n raket kon binnen een uur zijn doel bereiken, zelfs als dat 10.000 km. verder ligt. Hij vloog met een snelheid van meer dan 24.000 km. per uur en kon de USA van oost naar west oversteken binnen 10 minuten.

Dat zijn fikse afstanden... Wij mogen ook nog een stukje, meer dan 240 miles op dezelfde weg om precies te zijn! De eerste plaats die we passeren, is Kadoka en vanaf daar komen de spoorlijnen weer in beeld. Omdat we KOA's en andere commerciële campings hebben afgezworen, gaan we in onze South Dakota-brouchures op zoek naar een camping in één van de state parks. Het wordt Lake Vermillion, iets ten westen van Sioux Falls, vlakbij de grens met Minnesota. Het park staat in de Tomtom, dus dat komt mooi uit. Maar voordat we daar zijn, volgen we de oneindig lange I90. Dit is prairieland. Gras, graan, soms een stadje, meer niet. Alleen als we in de buurt van de Missouri river komen, wordt het wat groener en heuvelachtiger om ons heen. Aan de oostkant van de Missouri ligt Chamberlain, een redelijk grote plaats met veel restaurants. Daar gaan we lunchen, de dames gedragen zich voorbeeldig achterin, dus hebben wel een happy meal verdiend! En wij vinden een Crispy Chicken Ranch BLT met frietjes ook wel lekker op z'n tijd...

Na de lunch is het nog iets meer dan 100 miles naar de camping. Op de kaart zien we dat we vlak langs New Holland rijden en Mount Vernon en Scotland en DeSmet, vernoemd naar een Belgische missionaris uit de 19de eeuw. Na anderhalf uur mogen we van de snelweg af en rijden door manshoge maïsvelden richting het meer. Maar we zien helemaal niets en twijfelen aan de Tomtom. De twijfel is ongegrond (always trust the tomtom...) en ineens zien we de afrit naar links voor het State Park. Twee aardige dames verwelkomen ons en nadat we wel $10 hebben betaald, rijden we naar onze plek. Opnieuw worden we niet teleurgesteld, wat een prachtige plek. We mogen voor het eerst deze vakantie onze tent op echt groen gras neerzetten!!! Alleen, wat is het humid. Het ziet eruit alsof er even voordat wij aangekomen zijn een gigantische onweersbui is overgetrokken. De weg is nat en er staan wat plassen op ons plekje, maar vooral de klamme deken die over je heen valt zodra je de auto uitstapt, is niet te missen. We weten gelijk weer waarom we naar The West zijn gereden deze zomer. Al puffend en zwetend zetten we de tent op, maar daarna is het tijd voor een biertje voor ons en een wandeling naar de speeltuin voor de dames. Omdat we al warm gegeten hebben bij de Mac, maken we het onszelf gemakkelijk vanavond en smeren wat broodjes en eten yoghurt toe. Het wordt al snel donker en als het tijd wordt om te douchen, word ik ineens heel lui en pak de auto naar de badhokken (die best ver van onze tent weg waren). Op de heenweg mag Sophie voorin en vind dit helemaal super, op de terugweg is Carlijn aan de beurt. Ze komen amper boven het raam uit! Bedtijd, ook voor ons, want door de muggen is het niet echt plezierig buitenzitten. We missen de bergen nu al!

Milesstand: 5094

maandag 17 september 2007

Dag 22 (19/8): Taking the plunge!

Gedurende de hele vakantie hebben we nog maar op één camping gestaan, waar een zwembad bij zit en slechts twee campings hebben een speeltuin. Wat dat betreft, komen de dames er bekaaid af dit jaar. Niet dat ze klagen, we doen en zien genoeg dingen en op een boomstronk kan je ook heel goed klimmen. Maar we hebben in het parkboekje een advertentie gezien voor een zwemparadijs in Hot Springs, dat gebouwd is boven verschillende kleine bronnen en één grote bron, Mammoth Spring. Evans Plunge bestaat al sinds 1890, toendertijd dachten mensen dat het water ziektes kon genezen. Ook was het toen het grootse overdekte zwembad te wereld. Nu geldt alleen nog dat het het grootste overdekte zwembad met bronwater ter wereld is. Van nature is het mineraal water al lekker warm, 30°C, en het wordt 16 keer per dag ververst, ze hebben genoeg, want het water stroomt met bijna 19000 liter per minuut.

Helaas ziet het gebouw er niet meer zo uit als op de foto, maar dat mag de pret niet drukken. Myrthe en Carlijn weten niets van ons plan en denken dat we een stukje gaan toeren. Zodra we echter de parkeerplaats opdraaien, klinkt er groot gejuich op de achterbank. Ook zij hebben de plaatsjes in de gids gezien en weten gelijk waar we zijn. Aan de buitenkant van het gebouw slingert een glijbaan naar beneden, maar eigenlijk zijn wij een beetje teleurgesteld. Het ziet er iets kleiner uit dan we verwachten. Maar het is warm vandaag, dus we gaan naar binnen. We betalen $8 voor Myrthe en Carlijn, Sophie is gratis en wij kosten $10. Dat scheelt nogal met het zwemparadijs bij ons in de buurt waar je $25 betaalt om binnen te komen. Het ziet er totaal anders uit dan een 'gewoon' zwembad. Alles is van beton en de bodem bestaat uit kiezelstenen. Maar wat is het water lekker. Er is een apart gedeelte voor de kleintjes, maar Sophie wil al snel mee met ons op de lange glijbaan. Bij ons op schoot, maar vooral bij Sander, want die gaat sneller! Whieieieieieie. Verder is er een kortere glijbaan, waar je bijna in een vrije val naar beneden gaat en in het water gelanceerd wordt. Na 100 keer van lange glijbaan afgegaan te zijn, willen we even buiten kijken. Dit bad is aanzienlijk kleiner, maar heeft opnieuw een keigave glijbaan. Sander gaat als eerste met onze durfal, Carlijn. Eerst horen we een gil, whooooo, en even daarna komt Sander de glijbaan uitvliegen. Geweldig. Eerst ga je stijl naar beneden en op het laatst wordt je verrast door een 'kurketrekker'-bocht. De rest van de dag voelde ik water in mijn neus en voorhoofd... Carlijn gaat in elke glijbaan zitten en gaat dus niet zo snel, maar ze gaat teminste wel overal in. Stoere meid. Nadat Myrthe het even heeft aangekeken, gaat ze ook en is gelijk verkocht. Nog een keer!

Na een paar uur zwemmen, hebben we (lees: Sander en ik) het wel gezien, ook al hangt er in dit zwembad natuurlijk geen vervelende chloorlucht. Sterker nog, je huid voelt zeer aangenaam, terwijl we normaal flink met bodylotion moeten smeren na het zwemmen. We gaan weer terug naar de camping via Custer, waar we boodschappen doen bij Lynn's Dakota Mart. BBQ-en! Na het eten doen Myrthe en Carlijn de afwas. Ook hier doe je dat bij de tent, afwasbakken bij het toiletgebouw, zoals je die in Europa ziet, kennen ze hier bijna niet. Soms heb je mazzel als je op een wat grotere camping staat, waar ze bakken hebben geïnstalleerd om groente e.d. te wassen. Maar we hebben gezworen om niet meer naar een KOA-camping te gaan en de prijs de we daarvoor betalen, is afwassen bij de tent... Nadat dat allemaal klaar is, lopen we naar het meer vlakbij de camping, Stockade Lake. Terwijl Sophie moet plassen, lopen Myrthe en Carlijn alvast door langs het meer en raken aan de praat met een vissend echtpaar. Ze mogen zelfs de visjes aanraken die ze vangen. Vasthouden o.i.d. willen ze niet. Na een zeer plezierig gesprek, aardige mensen hier, gaan we terug naar de tent. We eten nog wat brood met yoghurt toe, want anders begrijpen de dames er niks van, "Eten we geen avondeten? Dit is lunch..." Daarna bouwen we een geweldig kampvuur en roosteren marshmallows met onze uitschuifbare BBQ/kampvuur-vork. Daarmee hoeven de dames niet te dicht bij het vuur te zitten tijdens het roosteren, want de vork schuift uit tot bijna 90 cm. Impressive en veilig! Buik vol? Bedtijd!

Milesstand: 4686

vrijdag 14 september 2007

Dag 21 (18/8): Park, pauze, park

Langzaam ontwaakt de camping na een natte nacht. Sommige tenten zijn leeg, deze mensen hebben elders overnacht en in de loop van de ochtend zie je ze terugkeren en de hele inhoud van de tent leeg halen. Enorme luchtbedden en slaapzakken worden uit de tent gesleept, want alles is drijfnat. Amerikanen kamperen nl. anders dan Europeanen. 'Wij' geven in vergelijking met hen een vermogen uit aan tent en verdere uitrusting. 'Zij' slapen met de hele familie in één koepeltent, zonder voortent of luifel of zoiets. En als de tent te klein wordt vanwege groeiende kinderen, dan verhuizen er een paar naar de auto. Van een beschermend stuk plastic onder je tent hebben ze nog nooit gehoord en meer dan $200 geven ze niet uit aan een tent. Ja, en dan houdt je het niet droog in zo'n stortbui. Wij hebben de bui redelijk overleefd, onze slaapcabine is van binnen een beetje doorgelekt, maar gelukkig zijn de slaapzakken drooggebleven en zijn de matjes waterdicht. De voortent is heel vies, doordat we een stroompje door de tent hebben gehad, maar nadat dat is opgedroogd, vegen we zo alles weg. Tijd voor ontbijt en snel op pad naar Wind Cave National Park.

Iets wat we nog nooit met de kinderen hebben gedaan, is een grot bezoeken. En op zeer korte afstand van onze camping liggen 2 wereldvermaarde grotten, nl. Jewel Cave en Wind Cave. Omdat alle boeken melden dat ook de omgeving van Wind Cave prachtig is en er een hoop wildlife te zien is, besluiten we daarheen te gaan. Wind Cave is de op drie na langste grot ter wereld, tot nu toe is 202,39 km 'ontdekt' en in kaart gebracht (http://www.caverbob.com/wlong.htm).

We rijden via een prachtige, maar bochtige, route naar het bezoekerscentrum, waar we kaartjes kopen voor een tour. We gaan mee met de Fairgrounds Tour, deze duurt 1½ uur en vergt wat conditie (staat erbij voor waarschuwing, want deze tour heeft 450 traptreden...). De ranger, die de kaartjes verkoopt, meldt een hele rij regeltjes en waarschuwingen: het is koud in de cave, je mag er niet eten of drinken, ga naar de wc voordat je de cave ingaat, ga er niet in als je claustrofobisch bent (o ja?), het is er nat, kijk uit waar je loopt, raak niets aan, mag ik Uw schoenen zien, geen slippers. OK, OK, we gaan naar de auto, eten een banaan, drinken wat water, trekken onze bergschoenen aan en onze fleecevesten en gaan allemaal naar de wc. Wij zijn er klaar voor. De tour begint bij het liftgebouw, dat een stukje van het bezoekerscentrum aflegt. Hier moeten we verzamelen. Onze groep bestaat uit ongeveer 25 personen, van jong tot oud, maar Sophie is de jongste en ze gaat in de drager.

Een lift levert ons bijna 100 meter lager af en de eerste grote ruimte waar we langslopen is de Elks Room, waar we voor het eerst 'box-work' zien. Ik kan wel proberen uit te leggen hoe box-work ontstaat, maar Wikipedia kan dat veel beter (http://en.wikipedia.org/wiki/Boxwork)... Ik weet wel, dat het heel bijzonder is om te zien, het ziet er ook erg kwetsbaar uit, als chips eigenlijk. Onze gids is een zeer enthousiaste jonge dame, die erg leuk kan vertellen. Ze betrekt de kinderen in de groep bij de tour door ze af en toe taken te geven, zoals m.b.v. een zaklamp dingen aan te wijzen voor de rest van de groep. Op een gegeven moment komen we in een redelijk grote ruimte waar banken staan en de hele groep moet gaan zitten. Ze vertelt over een jonge man, Alvin McDonald genaamd, die aan het eind van de 19de eeuw geobsedeerd was geraakt door deze grot nadat hij met zijn familie naar dit gebied was verhuisd. Hij is degene, die begonnen is met het verkennen van de grot en leidde ook mensen rond. Dat ging wel eens verkeerd, zoals een keer dat hij tijdens zo'n tour een groep mensen vergeten was, omdat hij opeens een nieuwe gang had ontdekt. De groep wilde rusten, hij wilde door en zei, "ik ben zo terug hoor!". In zijn enthousiasme rende hij echter naar huis om het nieuws van de nieuwe doorgang te vertellen, helemaal vergetend dat er nog een groep mensen in de grot zat. En bleef zitten, de hele nacht lang. Zonder elektriciteit, maar met kaarsen, die één voor één uit gingen. En dan gaat bij ons ook het licht uit. En dat vindt Sophie niet leuk. Huilen. We kunnen haar niet uit de drager halen, want de grot is veel te smal en te donker voor haar om zelf te lopen en eventueel een hand vast te houden. Uiteindelijk wordt ze door onze gids benoemd tot zaklampvasthouder en krijgt ze een speciale Sophie-zaklamp en ineens is ze stil. Vijf minuten later slaapt ze, met de zaklamp stevig vast! Daarna is de tour afgelopen en komen we weer bij de lift uit. Eénmaal buiten valt de warmte als een deken over je heen, zeker als je je fleecevest niet uit kunt doen, vanwege de drager op je rug met een slapende Sophie erin.

We nemen een andere route terug naar de camping, maar stoppen wel even bij een prairie dog town. Enorme velden zijn hier met allemaal prutheuvels en prairie dogs eromheen. Geinige beestjes, in Dinosaur NM, meer dan 2 weken geleden, hebben we erover gehoord, nu zien we ze ook.

Bij de camping is het tijd voor een late lunch, vroeg diner, een luner of zoiets, want we zijn nog niet klaar voor vandaag. We willen ook nog naar Mount Rushmore National Memorial!!! Zoals ik al eerder zei, we zijn aangenaam verrast door de Black Hills, het is hier prachtig! De route naar Mount Rushmore gaat over een zeer smalle weg richting Sylvan Lake, veel bos en rotsformaties en voordat we bij de doorgaande weg uitkomen een paar fijne, zeer smalle tunnels. Maar gelukkig is het heerlijk rustig op de weg, ondanks dat dit het hoogseizoen is. De dames achterin vinden het niet leuk mee, deze weg heeft wel heel veel bochten. Dat is geen probleem voor degene die stuurt (ik dus), maar de rest schuift alle kanten op. Gelukkig mogen we het laatste stuk over een doorgaande route, logisch ook, want we zijn op weg naar een mega toeristische attractie.

Het wordt drukker op de weg en we verdraaien onze nek bijna vol verwachting op wat gaat komen. Je verwacht die 4 hoofden overal, want je herken het soort rotsen waaruit ze gemaakt zijn. Er staan auto's stil, is het hier? Nee, er staan 3 schapen op de weg. We rijden door en ineens in een bocht naar links doemt een enorme parkeergarage op. Hier zal het wel zijn en jawel hoor, in de verte staren 4 granieten hoofden de verte in. Sander zegt, OK daar zijn ze, we hebben ze gezien, zullen we doorrijden? Maar dat gebeurt niet, we parkeren de auto à $8 (jaarkaart, dus we mogen gratis terugkomen tot volgend jaar) en lopen via de Avenue of Flags (van alle staten) naar het Grand View Terrace. Ja, daar zijn ze... Hier voelen we ons echt een stel toeristen, maar daar gaan we wat aan doen. I.p.v. op onze kont te gaan zitten en een enorme ice cream naar binnen te werken, gaan we de Presidential Trail lopen. En we nemen niet de lift naar beneden, maar de trap. Onamerikaans!!! En let op, de trail wordt na het eerste stuk strenuous (zeer inspannend), nou we zullen wel eens zien. De trail loopt langs de voet van de berg en biedt uitzicht op alle hoofden en uitleg over de ontstaansgeschiedenis. De dames vinden het vooral een mooi pad, met veel trappen, omhoog en omlaag, ze rennen wat af. Sommige gebouwen, zoals de 'sculptor's studio' zijn al gesloten, maar ondanks dat krijgen we een goed beeld hoe men dit voor elkaar heeft gekregen bijna 100 jaar geleden. Bij de studio vraagt een stel of ik een foto van ze wil maken met de hoofden op de achtergrond en dat geeft zo'n mooi plaatje, dat ik de dames ook even op die plek neerzet. SMILE! Terug bij het onvermijdelijke restaurant & gift shop hebben wij zin in koffie en krijgen de dames een ijs, geen ijsje, dat kennen ze niet hier.

We hebben genoeg gezien en gaan terug naar de camping. Op de terugweg vangen we nog een glimps op van Washington. We gaan niet dezelfde weg terug, dat willen we de dames niet aandoen en zijn bang dat anders het ijs eruit komt... En nu komen we ook nog langs het Crazy Horse Monument. Twee vliegen in één klap. Is Mount Rushmore al een beetje vreemd, Crazy Horse slaat alles. Ze blazen een hele rots op om een Lakota indiaan met paardekop te creëren. De 4 hoofden van Mount Rushmore passen in het éne hoofd van Crazy Horse. Bizar. We rijden door, we hebben genoeg van hoofden in rotsen en het is een lange dag geweest. Onze camping heeft douches en daar gaan we van genieten, super grote hokken, waar ik alle drie in kan meenemen. Zowel gezellig als handig! Daarna, bedtijd.

Milesstand: 4613