‘t Is weer maandag en ik kan niet zeggen dat we lekker hebben kunnen uitrusten dit weekend. De oorzaak hiervan ligt bij de vrijdagavond… Sander zou ‘s avonds terugvliegen uit Londen, maar wel op tijd aankomen om nog met de trein naar huis te kunnen. Dat was het plan tenminste, maar dat ging helaas niet door. Tijdens de laatste inspectieronde van het vliegtuig waren wat oliedruppeltjes op het asfalt gevonden of zo en dat wil je niet hebben. Wat de oorzaak was wisten ze niet, dan maar een ander vliegtuig, safety first. Allemaal prima, maar de klok tikte gestaag voort en al gauw werd duidelijk dat Sander niet voor 19 over 11 aan zou komen, het tijdstip van de laatste trein naar ons oosten.
“Ach joh, geen probleem, dan haal ik je toch op!”, zei ik… De auto was tenslotte net die dag gekeurd voor de APK, een zogenaamd probleempje met de startmotor zou verholpen zijn, ik en de auto waren er helemaal klaar voor. Myrthe had alleen niet zo veel zin om in het holst van de nacht haar warme bed te verlaten, dus zij en Carlijn mochten blijven liggen. Sophie heb ik zo uit haar bed gelift, sokken, trainingsbroek en warme trui aan en gaan.
In de auto slaapt zij gewoon door, de weg is heerlijk rustig en het is lekker rijden zo. Maar net als ik afrit naar de A9 vlakbij Schiphol wil opdraaien en wat gas moet geven, doet de auto ineens raar. Hij hapert, als ik mijn voet van het gas haal lijkt het net of ik ontkoppel, er komt een suizend geluid uit de motorkap. Bij de vertrekhal, waar ik heb afgesproken met Sander, wil ik de auto stationair laten draaien, maar hij slaat gelijk af. Shit! Starten doet ie daarna wel, maar de motor draait 3 seconden en kapt ermee.
Tja, en daar sta je dan, je auto doet ‘t niet meer, er rijden geen treinen meer onze kant op, de autoverhuurbalies zijn verlaten, taxichauffeurs vragen €250 om je naar huis te rijden. Sophie is bij ons, maar thuis liggen Myrthe en Carlijn nietsvermoedend ver weg in dromenland. Zo diep zelfs dat Myrthe niet wakker wordt van de diverse keren dat wij gebeld hebben, de telefoon stond notabene op haar nachtkastje. Bij de garage, waar ik de dag daarvoor een prima werkende auto heb afgeleverd voor een simpele keuring, staat het antwoordapparaat aan. Daar laat ik een fijn berichtje achter, maar blijkbaar maakt het weinig indruk, want tot nu (maandagmiddag 15:30 uur) heb ik nog niets gehoord. Daar gaan we dus ook niet meer naartoe.
Inmiddels is Sander aangekomen en heeft even onder de motorkap gekeken, maar kan zo snel niets vinden. Alles lijkt op het oog vast te zitten, we gaan eerst maar even koffie halen en bedenken wat we moeten doen. Een geluk bij een ongeluk is dat we bij Schiphol staan en dat gaat 24 uur per dag door. Qua eten en drinken dan… En vliegen, we kunnen wel maar Malta, Corfu of Chersonissos, maar naar huis is lastiger. Uiteindelijk hebben we de ANWB-alarmcentrale gebeld, lid geworden van de wegenwacht tegen een extra premie en ons wordt verteld dat ze hun best doen om binnen 60 minuten bij ons zullen zijn.
Uiteindelijk is dat 90 minuten, maar die tijd komen we heel gezellig door in onze auto. Sophie vindt het wel spannend en is klaarwakker, we zijn allemaal over onze slaap heen. Gelukkig, want we moeten nog even. De wegenwacht vindt het probleem snel, een slang voor de luchtinlaat van de turbo zit niet vast, waardoor de motor door heeft dat er iets mis is en dan slaat ie af… De meneer draait een paar dingen vast en hij doet ‘t weer!!! Goh, hoe zou het toch komen, dat die slang los zit?
Maar de auto doet ‘t weer, de wegen zijn nu helemaal verlaten en in een uurtje zoef ik naar huis. Myrthe en Carlijn liggen nog steeds te slapen, Sophie is in de auto weer in slaap gevallen en haar kan ik ook zo overhevelen. Wij liggen er om 5 uur in en om half 8 ging de wekker weer, zaterdagochtend: hockeyen met Carlijn in Hattem of all places…