Ineens lijkt de vakantie heel snel te gaan, het is al weer dinsdag. Op zondagochtend moeten we met de boot terug naar Denemarken, dat is iets om rekening mee te houden bij het plannen van de route de komende dagen. Wel staat vast dat we terug naar het westen gaan, naar het Ottadal. In 2004 hebben we daar een geweldige camping gezien, tenminste, het zwembad was uitgehouwen uit de rotsen van de rivier, heel cool.
Sander begint met rijden, maar vindt dat helemaal niet erg, de weg is vrijwel verlaten en opnieuw prachtig. De Tomtom leidt ons zigzaggend door allerlei dalen via Tynset over de 3 naar Alvdal, daarna de 29 tot Hjerkinn, waar we de E6 weer tegenkomen tot aan Otta. De E6 heet dan wel een snelweg te zijn tussen Trondheim en Oslo, maar snel is ‘t ie ech nie… Wel mooi.
Weg nr. 15 door het Ottadal hebben we in 2004 dus ook al gereden, maar ik kan me er weinig van herinneren. Pas als we de brug over de Otta bij Vågåmo oversteken, gaat er een lampje branden. We rijden door Lom met zijn mooie stafkerkje, maar daar komen we nog wel terug, voor nu zijn we op zoek naar een plek voor onze tent. Wat in ieder geval meezit, is dat het weer een stuk verbeterd is: blauwe lucht en zon! Overal zien we dat boeren hun akkers besproeien en dat is een goed teken, ze krijgen hier de minste hoeveelheid regen van heel Noorwegen.
Bij een P langs de weg, met een gruwelijk vieze WC, een unicum deze reis want over het algemeen is alles hier prima verzorgd, eten we onze lunch en rijden door naar de hierboven beschreven camping. Opnieuw vinden we de locatie en het zwembad keigaaf, maar de plek die ze bedacht hebben voor (tent)kampeerders is minder. Om niet te zeggen bedroevend slecht, hutjemutje langs de best drukke weg. Het is jammer, maar helaas, hier gaan we niet staan. Conclusie: dit is gewoon een bungalowpark of ‘hytter’-park á la Centerparks met een klein stukje gras voor daggasten. We rijden terug, want onderweg hebben we diverse mooie campings gezien.
O.a Camping Bispen met een grote speeltuin en een mooi uitzicht op de boomloze toppen van de Jotunheimen. Hier zetten we onze tenten op, want naast goede voorzieningen óp de camping is er ook vlakbij een supermarkt en dat is erg handig, vooral als je ‘s avonds wilt BBQ, want dat hebben we al een paar dagen niet kunnen doen.
Na het eten wordt de camping verder ontdekt en durven de dames eindelijk bij de receptie peddels te vragen voor de roeiboten. Sophie moet een zwemvest aan en peddelen maar!
Woensdag breekt aan, we gaan de omgeving bekijken. In Lom gaan we naar de Touristinfo en zien dat er een paar wegen het Nationaal Park Jotunheimen ingaan. Eén daarvan ligt op 15 km van Lom het Sognedal in. Vanuit het dal moet je een bergweggetje in, waarvoor je tol moet betalen, want de weg is privaat aangelegd door de uitspanning aan het eind van de weg, Spiterstulen Turisthytte.
Bij de start van de weg staat een infobord vol waarschuwingen over de ‘steep slopes’ en ‘animals on the road’ en dat het verboden is voor auto’s met caravans en dat camperrijders zich moeten realiseren dat het een behoorlijk pittige weg is, OMG... Maar goed, onze auto met bijbehorende bestuurder heeft Mount Washington beklommen en in de Rocky Mountain NP de Trail Ridge Road gereden, ‘the highest continuous motorway in the United States, with more than eight miles lying above 11,000 feet (=3352.8 m.) and a maximum elevation of 12,183 feet (=3713.4 m.)'. Deze weg de Jotunheimen in is een eitje!
De weg is 18 km. lang en wordt na 2 km asfalt een gravelweg, heerlijk, hij is smal met passeerstukken en ik als passagier zie aan mijn rechterkant behoorlijk steile afgronden, slik… Langs de weg staan koeien, maar een eland hebben we helaas nog steeds niet gezien. Bij het bereiken van het Spiterstulen-complex houdt de weg ook op, tot hier en niet verder. Er is een camping met allemaal hele kleine tentjes, onze tent uit ons vorige leven, de Hilleberg zou hier prima tussen passen, onze huidige… niet echt.
Goed, tijd om onze bergschoenen weer eens te gebruiken, Sander stopt de jassen in de rugzak met wat proviand en de GPS. Er is regen voorspeld, maar vooralsnog ziet het er prima uit. 'Jotunheimen' betekent 'het huis der reuzen', wat verklaarbaar is uit het feit dat hier 250 toppen boven de 1.800 m liggen. De hoogste zijn de Galdhøpigen (2.470 m) en de Glittertind (2.469 m) en daar ligt ons wandelgebied tussen!!!
De dames zijn helemaal in hun element, dít vinden ze leuk. Smalle paadjes, overal van alles te zien, gletsjers, watervallen, grote insecten. Geen beren, die zouden hier zo passen, het lijkt qua ruigheid erg op Glacier.
Het is nooit leuk om terug te lopen over hetzelfde pad, dus wij proberen het water naar beneden te volgen en zo een mooi rondje te lopen. Maar wat vanuit de verte op een makkelijk te passeren beekje lijkt, is ‘up close’ een woest stromende rivier… Tot nu toe heeft onze 5-jarige stoer meegelopen, maar over heel veel water heen springen is toch wel heel spannend.
Dit landschap is zo schitterend, ik blijf foto’s maken. Op het laatst maan ik de dames om nog één keer te poseren voor mij op een grote rots met uitzicht het dal in. Tja, en dan kunnen wij niet achterblijven…
Met uitzondering van één natte voet van Sander komt iedereen droog over en na ruim 3 uur wandelen zitten we op een mooi terras te genieten van een heerlijke tosti met cola. De terugweg gaat natuurlijk wel over de dezelfde onverharde weg alleen we gaan nu omlaag en dat gaat doorgaans wat harder, whieeeee. Sophie merkt daar niets van, die ligt na 5 minuten te slapen.
Terug in Lom besluiten we nu wél de beroemde staafkerk van binnen te bekijken, we parkeren de auto op dezelfde parkeerplaats als 6 jaar geleden en lopen het terrein op.
Ademloos bekijken we de binnenkant, deze kerk staat hier al sinds 1160 en is natuurlijk diverse malen gerestaureerd, maar met name aan de buitenkant is gelukkig weinig frivools toegevoegd en heeft zijn strenge uiterlijk behouden. Het kerkhof eromheen blijkt ook interessant voor de dames, ze zoeken de oudste grafstenen en tellen terug hoe oud mensen waren toen ze stierven.
Hierna is het hoog tijd om terug te gaan naar de camping, BBQ-en, spelen, relaxen. Tijdens de afwas ontdekken de dames de tv-kamer, goh, da’s toevallig… dat gebeurt thuis nooit. Maar één van de grote voordelen van onze manier van kamperen is de basicuitrusting, 5 borden, 5 bekers, bestek, slaschaal, pannetje, that’s it. De afwas stelt dus niks voor.
Tijdens de vakantie heb ik een schrift mee om daarin onze belevenissen bij te houden. Over donderdag heb ik dit geschreven:
Uitslapen, lezen, riviertje toe, boodschappen, BBQ, uitbuiken, wandeling, riviertje, spelen, harde wind.
Kortom, het was een heerlijke dag rondom de tent met een stormachtig einde, toen het zo begon te waaien dat we voor het slapen gaan de luifel hebben afgebroken. Dat scheelt ook weer met inpakken voor morgen, want dan gaan we weer op pad! Drie nachten op één camping is nl. wel erg lang…