Vrijdagochtend half 8, Sanders horloge klinkt, moet dat nou? Jazeker, want we moeten terug naar het zuiden en wel via een kleine omweg, omdat Sophie heel heel héééél graag naar het Vikingschipmuseum wil. Een kwartiertje later zijn we eruit en om 10 over 9 rijden we weg, we worden steeds sneller! En dan te bedenken dat er 2 tenten afgebroken moesten worden, de thermoskan vol koffie zit en de auto steeds strakker ingeladen wordt, we kunnen gewoon de middenspiegel gebruiken.
De Tomtom zegt dat het 372 km is naar het museum, pfff, da’s best veel, zeker als je nagaat dat de gemiddelde snelheid rond de 75 km. per uur ligt. Eerst moeten we het Ottadal uitrijden, toch nog 72 km., om op de E6 uit te komen. Zodra we het dal uit zijn, betrekt de lucht, grijs, lage bewolking, regen, bleeeh. De weg is ook druk, continu 2-baans, geen plek om in te halen, dus we berusten maar in het feit dat we in één lang lint van auto’s richting Lillehammer rijden. Deze regio is natuurlijk vooral bekend van de Olympische Winterspelen van 1994 en even later rijden we bij Hamar langs het Vikingskipet.
Maar die haalt het niet bij de echte! Om 2 uur zijn we bij Oslo en onze Tom leidt ons tot op de parkeerplaats van het museum, het Vikingskiphuset. Zodra je door de deur van het museum gaat, zie je het pronkstuk staan, het Osebergschip.
Dit museum is natuurlijk een megatoeristenattractie, foto’s nemen zonder andere mensen erop is bijna niet te doen. Bovendien was het gebouw vrij donker en hoog, dat kon mijn toestelletje niet beflitsen. Ook viel op dat de lucht in het gebouw vrij vochtig was, misschien voor het behoud van de schepen? Ik las nl. ergens dat bij het uitgraven het schip werd ingepakt met nat mos om te voorkomen dat het hout zou uitdrogen en splijten.
Na een uur hebben we alles bekeken en stappen weer in de auto, Sander mag ons Oslo uitrijden en tja, het is vrijdagmiddag, ook in Noorwegen staan dan de wegen vol met mensen die de stad uit willen voor een welverdiend weekend. ‘t Is dus een beetje druk. Oslo is de grootste stad van Noorwegen, er wonen wel 590.041 inwoners (1385/km², Amsterdam: 3500/km²). Maar na 2 weken in wat voelde als ’the middle of nowhere’ is dit weer even wennen.
Het plan is af te zakken naar het zuiden, daar een camping te zoeken zodat we op onze laatste volle vakantiedag in Noorwegen rustig aan kunnen doen. Alleen, ‘note te self’: camping langs een rotsige kust zijn dun bezaaid en als ze er al zijn, zijn het vooral plekken waar mensen hele seizoenen zitten. Hutjemutje in de caravan, met een volledig aangelegd terras, 3 tv’s, koelkasten en tuinverlichting…
Na lang zoeken vinden we een ‘skitterend’ plekje, we mogen onze tent neerzetten naast de toegangsweg van de camping onder toeziend oog van de campingbaas en de vele vaste gasten. Maar we zijn het zoeken en autorijden meer dan zat en accepteren de minder mooie plek. Want de mooiste plekjes aan het water zijn, en da’s ook logisch, voor de seizoenplaatshouders. Zij betalen dan ook 10500 Kr (€1500) per zomer.
Wat ook zeer prettig was aan deze familiecamping: er was een restaurant bij het strand, want als je ergens geen zin in hebt na een lange reisdag is koken.
Tijdens het wachten op ons eten trekt er een buitje over ons terras, maar dat mag de pret niet drukken. Als een ervaren Noor haalt Myrthe een parasol voor ons en blijven we lekker buiten zitten. Dat is mij ook wel opgevallen aan de Noren, ‘rain or shine’ ze gaan gewoon naar buiten, dan trek je maar een extra laagje aan. Vrijwel iedereen loopt derhalve met mooie buitensportjassen e.d.
Zoals te verwachten bleef de camping tot ver in de nacht onrustig, eerst bleven de kinderen tot ver na 11 uur buiten spelen en toen zij eindelijk ophielden, kwamen hun oudere broers en zusjes naar buiten en zij gingen pas om 2 uur slapen. Kombineer dat met langsracende auto’s, Country & Western muziek en geklus bij het toiletgebouw en je hebt een beeld van onze nacht…
Het is dus niet verwonderlijk dat wij op zaterdagochtend de tent en de rest van de spullen in een recordtempo hebben ingepakt. Deze keer hebben we de kinderen niet gemaand om rustig te doen wegens nog slapende medekampeerders… welnee jongens, ga lekker je gang, zin om te voetballen, willen jullie een muziekje daarbij? Om half 9 zijn we klaar, alleen de receptie is pas om 9 uur open. En bij de receptie kan je niet pinnen, grrrrr. Dat kon gisteravond ook al niet bij het restaurant en onze 3 creditcards kenden ze ook niet. Poef, daar gaat je geld. Gelukkig wilde de campingbaas wel onze laatste euro’s hebben.
Laat ik als laatste nog even ons straatje laten zien
Eerste doel van deze dag is dus pinnen, koffie scoren zou ook prettig zijn en als het even kan wat lekkers voor erbij. Binnen 10 minuten is dat gelukt, midden in het weiland staat een grote winkel met een uitgebreid assortiment koffiebroodjes. We halen ook brood, bier en toetjes, wij komen de dag wel door. Alleen, naarmate we meer zuidelijk komen wordt het weer slechter. Op onze picknickplek waaien we bijna weg. Met dit weer zien we het niet zitten om onze tent op te zetten, bovendien zien we onszelf al weer vruchteloos langs tig lelijke campings rijden. Weet je wat? Laten we het eens helemaal anders doen en ‘full circle’ komen, we gaan terug naar het Setesdal en zoeken daar op een uurtje rijden van Kristiansand wel een ‘hytte’.
In Evje rijden we gelijk de eerste camping binnen en daar hebben ze een 5-persoonshut beschikbaar, “tsjakka, we’ll take it!!!”. De dames vinden het helemaal geweldig, een huis, maar wel met de lol van kamperen, want we moeten evengoed douchen e.d. in het toiletgebouw en de speeltuin is om de hoek. Ook wordt het later op de middag droog en kunnen we zelfs BBQ-en.
We maken het vandaag niet te laat, want morgen mogen we ons absoluut niet verslapen. De wekker wordt gezet om 7 uur, de dames gaan vrijwel gelijk slapen, vooral Sophie ligt met een grote glimlach op haar gezicht, want zij mag eindelijk een keer boven slapen!!!
Zondagochtend, de laatste dag van onze vakantie. Ondanks dat we in een hutje slapen, moeten we toch wel wat opruimen. Zo moeten de slaapzakken weer in hun foedraaltjes gepropt worden. Maar eigenlijk duurt het het langst om de dames uit hun slaapzak te krijgen. Op die momenten krijgt Sander flashbacks naar zijn vakanties van vroeger als zijn vader zijn slaapzak en matje gewoon onder hem vandaan trok. WAKKER WORDEN, JONGENS!!! Nu kan hij dat doen, gna gna gna.
Om 8 uur rijden we weg, een uurtje later rijden we langs de incheckbalie van Colorline. We zijn ruim op tijd, de boot uit Denemarken is er nog niet eens. Alle auto’s staan in genummerde rijen en worden straks keurig rij voor rij de boot op gedirigeerd, dus we kunnen zonder problemen even een rondje lopen.
Toen we op de kade stonden, hadden we al het idee dat er allerlei festiviteiten gaande waren in de haven. Maar pas toen we boven op het dek stonden, zagen we pas wat er aan de hand was: allemaal Tall Ships!!! Deze ochtend, 1 augustus was de laatste dag van een weekend zoals nu in Amsterdam plaatsvindt: Kristansand was stopplaats voor de 2010 Tall Ship Races. Met veel muziek en mensen langs de kades werden de schepen uitgezwaaid, want zij gingen op weg naar Hartlepool, Engeland. Op 10 juli waren ze gestart in Antwerpen, daarna zijn ze naar Aalborg, Denemarken gevaren. Toen waren Kristiansand en Hartlepool aan de beurt en op 10 augustus zijn ze naar IJmuiden vertrokken.
Ondanks dat we veel later dan gepland het schip opreden, voeren we toch op tijd rond half 10 weg. De kapitein moest zijn toeter vaak gebruiken, want in de haven voeren zeer veel kleine bootjes om de tall ships heen. Wat een prachtig gezicht en wat een mazzel dat we dat nog even meemaakten.
De overtocht ging prima, Carlijn voelde zich een stuk beter dan op de heenweg. Iets na 1 uur was er weer land in zicht, maar het duurde nog tot 2 uur eer we op de snelweg zaten. Nog 881 km te gaan…
Ook de autoreis ging zeer voorspoedig, alleen wat oponthoud bij de Elbetunnel, maar voor de rest: knallen! Het was dat we de dakkoffer op het dak hadden, want anders waren we nog sneller thuis geweest. Nu reden we om 11 uur het pad op, ook prima.
En ineens was toen de vakantie weer over, maar we hebben genoeg gezien en gedaan om vol plezier en ‘in awe’ aan terug te denken en meer dan genoeg gezien waar we nu van zeggen, daar wil ik nog een keer heen. Noorwegen heeft een geweldige indruk bij ons achtergelaten. Wat een land!