maandag 10 september 2007

Dag 20 (17/8): Oh, what a night

Wat een nacht, we hebben geen oog dicht gedaan. Airco aan, airco uit? Muggen. Krakende bedden. Klevend plastic. Superverend matras. En dit alles voor $56,80 per nacht. Voor dit geld kunnen we minstens 3 nachten kamperen in een schitterend nationaal of state park. Omdat we vrijwel niets in te pakken hebben, kunnen we vroeg weg uit dit paradijsje. Om 7 uur vertrekken we, maar eerst nog even koffie scoren bij het tankstation/casino vlakbij de snelweg.

We rijden gelijk het Crow Reservaat in en zien bij Crow Agency veel tipi's. Tijdens dit Pow-wow-weekend wordt Crow Agency ook wel de 'tipi-hoofdstad van de wereld' genoemd, omdat er wel 1500 teepee's staan aan de rand van de Little Big Horn rivier. De Crow indianen staan bekend als bouwers van de grootste tipi's, ze worden gemaakt van bizonhuid en houten palen. Matrassen liggen aan de rand van de tipi en in het midden is plaats voor een kampvuur.

De grens van Crow Nation betekent gelijk de grens van Montana en Wyoming. We rijden naar het bezoekerscentrum, gegarandeerd mooie picknickplekken, soms een speeltuintje en schone wc's. En jawel, we hebben mazzel, deze is heel mooi. Overdekte tafels met zelfs een BBQ erbij, maar het is nog vroeg, we hebben nog maar een uurtje gereden, dit is ons ontbijt! De speeltuin is ook een groot succes, er zijn wippaarden en Sophie wil er niet vanaf. Zelfs niet voor een beker sinaasappelsap of chocomel. Na het ontbijt mogen de dames een film kijken en is het even rustig in de auto. Niet dat we te klagen hebben, Myrthe, Carlijn en Sophie zijn over het algemeen voorbeeldige reiskinderen. Ze zijn nooit wagenziek, 2 van de 3 kunnen (enigzins) lezen en zeker nu Myrthe Harry Potter heeft ontdekt, scheelt dat enorm. Soms zitten Carlijn en Sophie naar Dora of Diego te kijken en zit Myrthe met haar neus in een boek. Ze heeft er 3 uitgelezen deze vakantie!

Gedurende de hele dag zien we enorm lange vrachttreinen van Burlington Northern evenwijdig aan onze weg rijden, soms wel met 3 of meer locomotieven. Als je voor zo'n trein moet stoppen bij een overgang, moet je 5 minuten wachten eer hij voorbij is. We rijden continu op Interstate 90 en passeren Sheridan en Buffalo (ook in deze staat). Daarna duurt het weer 40 miles voordat we weer leven tegenkomen, Gillette. We volgen de truckroute, zodat we niet door het centrum hoeven. Het landschap blijft lang glooiend totdat we bij Moorcroft van de Interstate afgaan. We rijden de Black Hills in en zijn zeer aangenaam verrast!

Als het meezit, gaan we weer kamperen in Custer State Park. Aangezien ze daar niet aan pinnen e.d. doen, sterker nog vaak moet je gewoon geld in een envelop doen en daarop zetten op welke plek je staat en hoeveel nachten je blijft, pinnen we wat dollars voorbij Moorcroft. Het landschap wordt groener, het doet ons denken aan de Auvergne, de weg draait en kronkelt door de heuvels en is, zoals overal in 'the west', perfect geasfalteerd. Waarom is het bij ons in New York toch zo erg gesteld met de wegen? Voorbij Custer rijden we het State Park binnen en moeten we toegangsgeld betalen, wel $10 voor een week! Dat kunnen we wel missen. We vragen welke campings vol zitten, aangezien het vrijdag is en veel Amerikanen vaak voor een weekend gaan kamperen. Niets zit nog vol, zeggen de rangers, maar de eerste camping, die we proberen, heeft alleen maar plaatsen voor één nacht. Later zien we dat dit één van de 2 campings in dit park is, waar je plekken kan reserveren. We gaan naar de volgende camping, welke aan hetzelfde meer (Stockade Lake) ligt als de vorige camping, waar 'first come, first serve' geldt. Er zijn maar een paar plaatsen om uit te kiezen, maar het is hier mooi, er is een plek waar de tent past, dus we zetten 'm hier neer. Eerst even lunchen!

De tent staat en we rijden terug naar Custer om bij Lynn's Dakota Mart boodschappen te halen. We hebben een feestmaal in gedachte en halen nieuw houtskool, groente, fruit en lekker vlees. Terug bij de tent genieten we van de mooie camping, per nacht $15 incl. douchen, sprokkelen hout voor het kampvuur van vanavond en beginnen met de voorbereidingen voor het avondeten. Trouwens, deze camping werkt niet met envelopjes, maar heeft naast een host een soort campingranger, die de hele dag rondjes rijdt in haar pick-up en bijhoudt wie nieuw is aangekomen en kampeergeld incasseert. Sander is bezig de BBQ op te stoken als ze weer langs komt rijden. Wij hebben al betaald, dus schenken weinig aandacht aan haar. Totdat ze op ons af komt lopen met de mededeling dat er een fikse storm op komst is met zelfs kans op hagel.We kunnen, als we het niet zien zitten om in de tent te blijven, het beste schuilen in het toiletgebouw. Ja, ja, OK zeggen wij en denken met onze Hollandse nuchterheid, dat zal wel loslopen. En trouwens, we zijn ervaren kampeerders en hebben al heel wat stormen over onze tent heen gehad.

Maar niet zo één als deze. Het begint met wat regen en gedonder in de verte en we besluiten de luifel op te zetten. Want koud is het niet, dan kunnen we tenminste droog buiten zitten. Maar gaandeweg het opzetten gaat het al harder regenen en als hij uiteindelijk staat zijn we allebei drijfnat. We verplaatsen de BBQ naar onder de luifel en denken klaar te zijn. Niet dus. De hoeveelheid water die de komende uren uit de lucht komt storten, is ongelofelijk, zoiets hebben we nog nooit meegemaakt. Omdat het zo hard omlaag komt, kan de bodem niets absorberen en racet de berg af. En onze tent staat ineens middenin een bergstroom. Het dondert en bliksemt aan alle kanten en het water komt de tent in, aaaaaaaaah!!! Mat lege blikjes proberen we het grondzeil van de grond omhoog te krijgen, zodat het water onder de tent door kan lopen. Snel bier drinken, we hebben meer blikjes nodig... Gelukkig zijn de slaapcabines waterdicht, maar de kledingtassen niet en die staan in de voortent. Deze zetten we op de stoelen, maar dan kunnen we niet meer zitten. Gezellig. Zodra het er even op lijkt dat het minder regent, rennen we naar de auto. De BBQ is verzopen, we gaan uit eten! En, mazzelaars als we zijn, we vinden een heel gezellig (family) restaurant & giftshop in Custer, Dakota Cowboy genaamd. We zien er niet uit, we zijn allemaal drijfnat en in korte broek/t-shirt/teva's, maar we zijn van harte welkom. Dat hebben we wel eens anders meegemaakt, maar dat was in Frankrijk, hier denkt men in dollars of gastvrijheid en niet in uiterlijke vooroordelen. Het restaurant, met giftshop vol troep, is typisch Amerikaans, grote porties, bijna alles is gefrituurd m.u.v. de steaks en die nemen wij.

Met onze buik vol rijden we terug naar de camping. De weg ligt vol troep, dat van de hellingen naar beneden is gestroomd. Het is al donker, dus we kunnen niet echt volledig zien hoe de tent eruit ziet. Maar de slaapzakken zijn droog, dus we gaan naar bed. Puinruimen doen we morgen wel.

Milesstand: 4518
Doorkruiste staten: Montana, Wyoming, South Dakota

P.S.: 'onze' storm deponeerde 10 cm regen in het eerste uur, veroorzaakte flash flooding en er werd zelfs gewaarschuwd op tv (maar die hadden wij natuurlijk niet) voor tornado's! Lees maar: http://www.crh.noaa.gov/unr/?n=08-17-07 Het was indrukwekkend.